Het ontwerp van een gebouw bestaat in eerste instantie uit de organisatie van ruimtes en het kiezen van een constructiewijze en materialen. Maar het oog wil ook wat. Er zit esthetiek in al die techniek, dat maakt het ontwerpen van een gebouw een architectonische aangelegenheid.

Het concept bestaat uit een compositie van twee autonome volumes die zowel met elkaar contrasteren als samenhang tonen. Het grijze U-vormige volume omsluit het rode uitkragende volume en doet het tot zijn recht komen. De opbouw van het U-vormige volume toont een eenvoudige ingetogen moduulmatigheid met een ritmische reeks van openingen, wat aansluit bij de functionele architectuur van de huidige havenbebouwing. Deze formele wand dient als voetstuk voor het meer visueel markantere uitkragende volume. Daarbij werkt het U-vormige volume niet alleen als plint aan de onderzijde maar tevens aan de zijkanten van het gebouw. Zo vormt zich niet alleen een overgang naar het maaiveld maar ook een overgang naar bebouwing op naastgelegen percelen (in een later stadium). De directe omgeving vormt immers nu nog een tabula rasa maar de komende jaren worden ongeveer 1.700 woningen en circa 52.000 m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte gerealiseerd in de Houthavens.

Het speelse karakter van de raamindeling in het uitkragende volume doorbreekt de moduulmatige opbouw van het U-vormige volume. Hiermee onthult de façade iets over de voornaamste gebruikers van het gebouw, namelijk creatievellingen. De raamstroken vormen patronen in de gevel die zich niets aan lijken te trekken van achterliggende vloeren en wanden. De ramen lijken een willekeurige vorm te volgen maar elk van de 22 units die achter de ramen schuilgaan hebben een identiek raamoppervlak, bestaand uit vijf grote vensters en drie kleinere. Waarbij de schaduwwerking van de diepliggende kozijnen de plastiek van de gevel versterkt.

Het programma in de langwerpige rechthoekige plattegrond organiseert zich eenvoudig langs een uitwendige corridor en richt zich op overzicht en efficiëntie. De 39 studio`s zijn door middel van een stijgpunt via de achterzijde ontsloten, zodat elke werkplek een oriëntatie op de straatzijde heeft. Aan de achterzijde is de gevel opgetrokken uit glas wat de werkplek van daglicht voorziet, het licht uit het noorden is immers onder alle weersomstandigheden het meest stabiel.

De toegang tot het complex wordt gemarkeerd door een beeldmerk, nummer 67. Deze blikvanger werkt niet alleen als huisnummer maar fungeert als logo zodat het gebouw op de kaart gezet wordt en een "naam" krijgt. De toegang voor bezoekers bevindt zich achter dit logo. Atelierbezitters kunnen door de carports naar één van de twee parkeerdekken om aldaar de auto of fiets te stallen en zodoende aan de achterzijde het gebouw te betreden.

Jillis Kinkel architect
www.jilliskinkel.nl